| Motivatie
Vaak
gaan leerproblemen gepaard met het verlies aan motivatie om te leren.
Dit is niet verwonderlijk. Stel je voor dat je bepaalde sommen moeilijk
vindt! Keer op keer merk je dat het niet lukt. De meester of de juf
heeft het al verschillende keren uitgelegd maar je snapt het niet. Op
een gegeven moment komt de tijd dat je zegt: "ik kan die sommen
niet, ik kan het niet". Op dat moment stop je met het leveren van
inspanning. Je stopt met leren.
Voor leerkrachten wordt het dan erg moeilijk. Zij proberen het nog eens
uit te leggen. Maar het landt niet meer bij het kind, omdat de taak
negatieve gevoelens oproept. Deze gevoelens blokkeren de
informatieverwerking in het hoofd van het kind. Hoe de leerkracht ook
zijn best doet, het lukt dan niet het leren weer op gang te krijgen. Het
vereist een speciale manier van instructie geven om dit te doorbreken.
Een leerkracht zal moeten achterhalen hoe het kind de taak beleeft. Dit
betekent, dat je niet moet beginnen met het opnieuw uitleggen van de
taak, maar dat je in een gesprekje met het kind, door gericht vragen te
stellen, probeert te achterhalen wat het kind denkt over de taak. Vragen
die je dan kunt stellen zijn dan:
Heb je deze sommen al eens eerder gemaakt?
Hoe heb je het toen aangepakt?
Denk je dat het je lukt om deze sommen te maken?
Hoeveel sommen denk je goed te kunnen hebben?
Door dit soort vragen probeer je eerdere (positieve) ervaringen naar
boven te halen. Want vaak kan een kind een deel van de taak wel maken,
maar het raakt geblokkeerd door het deel van de taak die het moeilijk
vind. Als je nu weet wat het kind wel kan, dan kun je afspraken
maken wat het kind eerst gaat doen en hoe het de taak aanpakt. Later kun
je dan tijd uittrekken voor extra uitleg over het deel van de taak dat
het kind moeilijk vindt. Laat ook duidelijk zijn dat wat je van het kind
verwacht ook haalbaar is. Zorg ook dat het kind weet wanneer je tevreden
bent.
Belangrijk is het om aan het eind van de taak ook weer aandacht te
besteden aan het resultaat. Kijk het direct na, vraag daarna naar de
oorzaak van het succes of falen. Als het kind succes heeft met de taak,
help het kind dan het succes toe te laten schrijven aan eigen kunnen of
eigen inspanning. Bij falen is het beter om aan te geven dat de oorzaak
buiten het kind ligt. Je kunt dan aangeven dat jij nog niet goed hebt
uitgelegd of dat deze taak voor het kind nog iets te moeilijk is.
Belangrijk voor je eigen motivatie is het blijven geloven in je eigen
effectiviteit door na te gaan welke actie een positief resultaat heeft
opgeleverd.
Om in te spelen op motivatie is aan de Universiteit van Utrecht binnen
het Orthopedagogisch Project Afstemming een aanpak ontwikkeld om door
een gerichte instructie een kind weer te motiveren. Bovenstaande tips
zijn ontleend aan deze aanpak.
Een orthopedagoog kan nagaan in welke mate motivatieproblemen een rol
spelen bij het leren en opvoeders instructie geven hoe te handelen.
|
|

|